Wie is Tom Pellens?
Tom Pellens werkt sinds september 2004 als NGO-cooperant in Bolivia. Hij is afkomstig van Brasschaat en stuurt regelmatig zijn ervaringen door via een nieuwsbrief die u op de website van de Brasschaatse Stedenband kan terugvinden.
Tom is actief in de Boliviaanse organisatie CIPCA (Centro de Investigación y Promoción del Campesinado). Hij is er terechtgekomen via een samenwerking tussen CIPCA en de Belgische NGO Volens. Hij werkt in het regionale kantoor van CIPCA in Cochabamba, de 3de grootste stad van Bolivia. CIPCA Cochabamba steunt boerengemeenschappen in het zuiden van het Departament Cochabamba en in het noorden van het Departament Potosi. Tom is als economist actief in acties die de economische versterking van de boerengemeenschappen tot doel hebben. Noticias y novedades de Cocha
Nieuwsbrief van Tom Pellens, n°4, november 2005
Hoi iedereen,
M’n eerste jaar in Bolivia is intussen gepasseerd. En het bevalt me nog steeds. In deze nieuwsbrief begin ik naar gewoonte met een korte samenvatting van m’n activiteiten tijdens de afgelopen maanden. Daarna ga ik het zowaar hebben over water, en het belang ervan in de gemeenschappen waarin ik werk. Ik stel graag ook een collega van me voor die m’n respect wegdraagt. Celima Torrico heeft zich als vrouw afkomstig uit een klein ruraal dorpje weten op te werken tot voorvechster van de rechten van de autochtone bevolking. Een kort portret. Verder zijn er presidentsverkiezingen op komst, ondanks alle hindernissen die op de weg worden gelegd. Ik loop de exitpolls met jullie door.
Wat er zoal gebeurd is de afgelopen maanden
Als ik terugblik op de afgelopen 4 maanden, dan hebben die hun hoogtes en laagtes gehad. Ze begonnen met een slecht gesternte en een zware klap voor heel CIPCA Cochabamba. Een direkte collega en goede vriend, Jhonny Mendieta, ging tijdens een trip naar onze werkgebieden overkop met de jeep en liet het leven. De solidariteit voor onze organisatie, maar vooral voor de familie, was groot, wat hielp. Intussen zijn we 3 maanden verder, wat volgens de Boliviaanse gebruiken opnieuw een moment van herdenking is, gepaard gaande met het nodige chicha verbruik en copieuze maaltijden.
Leuk was dan weer dat men op het CIPCA hoofdkwartier in La Paz had beslist om m’n studie van begin dit jaar over de economie van enkele rurale gemeen--schappen te publiceren. Ze zijn wel eens met een redacteur door m’n Spaans moeten gaan. Intussen heb ik het boekje al een paar keer kunnen pre-sen-teren. En het blijkt wel te bevallen, voor-na-melijk denk ik om-dat er een gebrek is in Bolivia aan data-materiaal over de rurale economie.
Intussen zijn we bezig met een vervolg-onderzoek. Net als vorig jaar zijn we met de hele ploeg het veld in getrokken om een 200-tal families te bevragen. Altijd weer een rijke ervaring. Ik ben momenteel met de verwerking van de informatie bezig. Het blijkt nog gecom-pliceer-der te worden dan vorig jaar omdat we de bevraagde gemeenschappen hebben uitgebreid en er weer een hele resem nieuwe meeteen-heden zijn opgedoken. Zo hebben we dit jaar in Acasio, een dorp in het noorden van Potosi, bevraagd. De families produceren bijna uitsluitend voor hun eigen consumptie. Zij meten voornamelijk in “pannen”, en dat kan een houten kom zijn, een metalen blik of een plastieken emmer. Leve de kilogram zou ik zeggen. De uitdaging dit jaar is om meer met de resultaten te doen in samenwerking met de boeren-families. Hier moet ik wel nog een nachtje over slapen.
Daarnaast hebben we in augustus en september enkele workshops gehouden met de boeren over economische thema’s. In één workshop bespraken we de marktstudie over producten gemaakt van guave en limoenen, die ik opgevolgd had. Ik heb nog altijd m’n twijfels over de effectiviteit van de studie, maar soit, ze was gepland, dus planning is wet. In ieder geval hebben we de resultaten absoluut willen terugkoppelen naar de boeren. Tijdens deze bijeenkomst is echter een sluimerend conflict naar boven gekomen tussen de ex-voorzitter van de boerenassociatie en de huidige. De eerste houdt er nogal egocentrische trekjes op na. Wat me echter voornamelijk frustreerde was, dat ik te horen kreeg dat enkele consultants in opdracht van deze ex-voorzitter een gelijkaardige marktstudie waren aan het uitvoeren. Typisch voorbeeld van gebrek aan coördinatie en inefficiënt gebruik van middelen. Ik houd me nu dus even af van nieuwe initiatieven zolang het conflict niet deftig is opgelost.
Een leukere workshop hadden we tijdens een bijeen-komst van boerenvrouwen en vrouwen-leidsters afkomstig uit onze 4 werk-gemeenten. We hadden 1 dag gepland over een economisch thema, namelijk over prijzen en productiekosten. In groepjes hebben we bijvoorbeeld de productiekosten van enkele landbouwproducten berekend. Vreemd publiek, zo’n groep vrouwen. Zitten daar rustig te breien of kinderen de borst te geven, en beginnen dan ineens levendig berekeningen door de kamer te schreeuwen. Wel, dat is misschien wat overdreven. Het hangt wat van dame tot dame af. Er zitten er ook enkele weg te dommelen. Ze kunnen niet allemaal economie interessant vinden.
Op sociaal vlak heb ik in oktober mijn ouders in Bolivia mogen verwelkomen. Leuk om ze terug te zien en om wat over het thuisfront te horen. Ze zijn van de oostelijke laagvlaktes naar de westelijke hoogvlaktes getrokken.
In augustus had het feest van de maagd van Urkupiña plaats in Quillacollo, een randge-meente van Cochabamba. Eén van de belangrijkste en kleurrijkste feesten rond Cochabamba. De legende gaat dat een vrouw van arme huize haar schaapjes aan het hoeden was op de heuvel van Urkupiña. De maagd Maria deed haar acte de présence en droeg de vrouw op haar draagdoek vol te laden met stenen. Terug thuis bleken de stenen in zilver veranderd te zijn. Het feest duurt een kleine week en gaat gepaard met verschillende optochten van muziek- en dansgroepen, met de bedevaart naar de heuvel Urkupiña, met het naar huis sleuren van heelder rotsblokken van de heuvel en met de nodige alcoholconsumptie.
Tenslotte heb ik de afgelopen maanden nog wat van het land gezien. Zo ben ik een weekendje naar de belangrijkste mijnzones uit de 19-20ste eeuw getrokken, namelijk Siglo XX, Llallagua, Uncia en Catavi, gelegen in het noorden van Potosi. Hier haalden de tinbaronnen hun boter. Eén van de tinbaronnen was Simon Patiño, op zijn hoogtepunt één van de 10 rijkste mannen ter wereld. De tingeschiedenis in Bolivia is een verhaal apart, en ik kom er graag in een volgende nieuwsbrief op terug. De mijnen liggen er tegenwoordig troos-teloos bij. Coöperaties van mijnwerkers proberen nog steeds de mineraalader van hun leven te ontdekken, maar veel mijnen zijn vergane glorie. Veel van deze sites zouden mooie toeristische bestemmingen kunnen zijn, maar ik vrees dat voor de reconversie weinig geld over is.
Water, het goud van de Andes
Sacabamba, oktober, 6u30 bij dag en dauw, Don Fortunato Benero staat met zijn 3 buren de “canalero” op te wachten. Het is vandaag hun beurt om hun wateraandeel in ontvangst te nemen. De aardappelen zijn reeds een tijdje gezaaid. Er wordt nu elke week bevloeid.
De canalero komt hijgend aanhollen. Hij moet erop toezien dat vandaag een 15-tal families hun rechtmatige waterhoeveelheid krijgen. Zo’n anderhalf uur geleden heeft hij de hoofdsluis van de stuwdam Ch’iyara Qhochi opengezet. Hij zal nu voor Don Fortunato en zijn 3 compañeros het schuifdeurtje van het hoofdkanaal gedurende 12 uren openzetten met een debiet van 20 liter/seconde. Elk kan zijn land dan irrigeren gedurende deze 12 uren met een debiet van 5 liter/seconde in overeenstemming met hun één aandeel in de associatie ARSAC. Deze associatie verenigt zo’n 150 families in het kanton Ch’allaque van de gemeente Sacabamba. De associatie is in 1999 met steun van CIPCA opgericht om de waterverdeling te organiseren naar aanleiding van de constructie van een stuwdam enkele jaren ervoor. De 150 families zijn niet zomaar begunstigden. Ze hebben destijds zelf een 12.000 mandagen bijgedragen aan de bouw van de dam en de kanalen. In verhouding tot de bijgedragen arbeidsdagen zijn vervolgens ook de aandelen verdeeld, en met andere woorden de hoeveelheid water die in ontvangst kan genomen worden.
Heel het waterproject kan echter niet los gezien worden van acties op het vlak van bodem-bescherming, productiediversificatie, her-be--bossing en organisatieversterking. Acties die door CIPCA in een integraal project werden gegoten. Om waterverlies en erosie tegen te gaan werden ondermeer acties op poten gezet inzake de aanleg van terras-structuren en bodembescherming. Op het vlak van product-diversificatie werden op de randen van de terrassen geënte appel- en perzikbomen geplant, zowel om het basisdieet van de families te diversifiëren als om een verkoopbaar product aan te bieden. Om erosie tegen te gaan rond de stuwdam en kanalen werden zo’n 70.000 boompjes gepland. Tenslotte is er een continu proces aan de gang om de Associatie ARSAC te versterken in haar beheer. Ondanks de techniciteit van de water-verdeling slaagt de eigen organisatie van families er meer en meer in om de verdeling zelf te optimaliseren. Zo heeft de associatie bepaald dat elke familie maximaal 2 aandelen kan bezitten. De aandelen kunnen ook enkel gebruikt worden voor de irrigatie van gronden in de eigen gemeenschap. En intussen heeft de canalero de assistentie gekregen van een commissie van 2 personen die mee moet waken over de water-bevloeiing. Het moet immers allemaal eerlijk verlopen om sociale conflicten te vermijden.
Wat de impact betreft, wel, op produktief vlak is men overgegaan van één oogst naar 2 oogsten per jaar. Uit onze studie over de inkomens-opbouw van de families is gebleken dat de gemiddelde aardappelproductie per familie meer dan verdubbeld is. Dit zorgt voor wel wat meer inkomsten. Een kritische kanttekening is wel dat ondanks de inspanning om diversificatie te stimuleren, de boeren in de eerste plaats gekozen hebben om hun produktie op te drijven in het meest traditionele produkt, de aardappel. Op zich geen probleem, maar hun inkomen is nu wel meer afhankelijk van schommelingen in de aardappel-markt. Vanaf dit jaar zal de stuwdam echter volgens haar volle capaciteit kunnen gebruikt worden, waardoor het teelten van minder traditionele gewassen, zoals allerlei soorten groenten, meer haalbaar wordt (omwille van meer irrigatie-vereisten).
Op sociaal vlak pretendeert men de migratie-beweging naar de stad te hebben afgeremd. Ik denk dat hier wel een punt in zit. De dubbele oogstmogelijkheden slorpen meer arbeidstijd op, waardoor tijdelijke migratie minder mogelijk/ noodzakelijk is. Toch denk ik niet dat het de migratie van een groot deel van de jongeren zal tegengaan. De stad lonkt voor hen.
Als we de situatie van Don Fortunato even onder de loepe nemen, wel, hij heeft zijn productie uitgebreid met een tweede jaarlijkse aard-appeloogst onder bevloeiing. Hij heeft nu ook een 40-tal appel- en perzikboompjes staan. Niettemin ging hij in 2003-2004 zo’n 5 maanden bijklussen in de bouw in Cochabamba.
Water is een kritisch punt in de verbetering van de levensomstan-dig-heden van de boeren in de Andes. Het is echter één van de factoren die de welvaart van de rurale bevolking beïnvloedt. Je mag zoveel water hebben als je wil, maar als je geen land hebt of ziek in bed ligt, dan kom je ook niet verder.
“Ik zeg wie ik ben, dat is identiteit”
“Watiqmanta qankunawanñatiq llaqta qhapari programaychiq niqta”, aldus kondigt Celema Torrico met geoefende stem het radioprogram-ma van CIPCA Cochabamba aan. Elke weekdag bij het ochtendgloren weerklinkt haar stem in de rurale gebieden van Cochabamba en het noorden van Potosi.
Celima is een oude rot in het vak. Zo’n 20 jaar geleden begon ze korte bericht-jes voor te lezen op een lokale radio in haar geboorte-streek, een viertal uur van Cochabamba, gelegen in het valleiengebied van Carrasco. Het was een moment van zware droogte. Enkele organisaties begonnen over te gaan tot voedsel-bedeling op het platte-land. De enige manier om de mensen te informeren over de bedelingen was via de radio, en in het Quechua natuurlijk. Als jonge twintiger hielp Celima op dat moment mee in het winkeltje van haar gemeenschap. Daar werd ze bij toeval aangesproken om haar stem te ver-lenen. Het werd op dat moment eigenlijk niet voor mogelijk gehouden dat een plattelands meisje voor een radio kon werken; een gevoel van ongeloof en discriminatie waar ze als campesina en vrouw tijdens haar verdere leven nog veel tegen aan heeft gelopen.
Intussen is Celima Torrico niet meer de eerste de beste. Ze is 39 jaar en heeft al een hele carrière doorlopen in campesino organizaties op lokaal, departementaal en nationaal niveau. Sinds enkele jaren heeft ze ook de stap gezet naar publieke functies. Zo was ze verkozen tot departements-raadslid in Cochabamba (vergelijk-baar met provincieraadslid) en tegen-woordig is ze opvolgster van het eerste raadslid van MAS (Movimiento al Socialismo) in de gemeenteraad van Cochabamba. Ze is bovendien voorzitster van de federatie van vrouwelijke burgemeesters en raadsleden in het departement Cochabamba. Een functie waar ze vol motivatie over spreekt omdat de vrouwelijke raadsleden het hard te verduren hebben en de nodige steun kunnen gebruiken. Sinds enkele jaren dient er ook in Bolivia een voldoende aantal vrouwen te staan op de kieslijsten. In een land als Bolivia, en zeker in de rurale gebieden, waar de man nog sterk de boventoon voert, is dat in de praktijk niet evident. Als een vrouwelijk gemeente-raadslid dan een mannelijke burge-meester moet controleren, wordt dit niet zomaar geaccepteerd en lijdt dit vaak tot intimidatie. Bovendien kunnen sommige vrouwelijke raadsleden nauwelijks lezen of schrijven, wat hun psychologisch en praktisch nog meer kwetsbaar maakt. De intimidatie en vooroordelen komen trouwens niet alleen vanuit mannelijke hoek. In de rurale gebieden begrijpen ook andere vrouwen niet goed dat de mannen van de vrouwelijke raadsleden zomaar aanvaarden dat hun vrouw een dergelijke functie opneemt. Vrouw aan de haard met de kinderen, niet? Bovendien heeft de vrouw op het platteland een drukke takenagenda in het huishouden en op het veld.
Dat Celima zich er heeft weten door-worstelen wijdt ze zelf aan de opportuniteiten die ONG’s haar hebben gegeven, aan een begrijpende, niet te jaloerse echtgenoot en aan persoonlijk doorzettings-vermogen. Dat het niet gemakkelijk is geweest bewijzen haar vele anekdotes. Zelf is ze maar tot haar 14 jaar naar school kunnen gaan. Haar diploma middelbaar kon ze niet behalen in het schooltje van haar gemeenschap. Haar ouders lieten haar niet naar een andere school verderop gaan. Reden: niet nodig voor een meisje + angst om een meisje alleen op pad te sturen (verkrachting op het platteland is helaas geen zeldzaam fenomeen). Toen ze zich, na jaren in verscheidene radio’s te hebben gewerkt, had opgewerkt tot selfmade communicatiespecia-liste, en ze zich ook theoretisch wilde bijscholen, werd haar dit niet gemakkelijk gemaakt. Haar collega’s uit de stad vonden dat ze maar een boerenamateurtje moest blijven. Bovendien had ze geen middelbaar diploma om studies aan te vatten. Het is haar uiteindelijk toch gelukt na het behalen van de nodige diploma’s. Ze erkent zelf dat haar nog steeds beperkte opleidings-achter-grond een rem vormt in haar werk, maar aanvaardt dit niet als basis voor discriminatie.
In de jaren negentig voerde haar activiteiten op professioneel vlak en in de campesinobeweging haar naar Cochabambastad, waar ze intussen ingeburgerd is. Ze houdt echter vast aan haar eigen autochtone identiteit. Ze gaat dan ook met zelfverzekerde pas met haar vlechtjes, traditionel hoed, gekante bloesje en pollera (traditioneel vouwrokje) door het leven. Zeker in de politiek was dit niet evident. Tijdens haar ambtstermijn in de departementsraad haalde een mannelijk raadslid eens denigrerend naar haar uit door haar in het gezicht te werpen dat ze niet in eender welk kantoortje rond de tafel zat en dat ze haar hoed maar moest afnemen. Ze replikeerde dat hij zijn plastron dan maar moest uitdoen. Blijkbaar was het toen afgelopen met de zever. Een andere anekdote speelde zich af toen ze bij een bank binnenging. De bewaker gaf nogal bits te kennen dat ze haar hoed diende af te nemen bij het binnengaan van een bankkantoor. Celima weigerde, erop wijzend dat een hoed dragen geen misdrijf is. Voor ze het goed doorhad, had de bewaker de politie gebeld. Bij aankomst van de arm der wet werd ze zonder pardon de combie ingeladen en naar het politiekantoor gevoerd. Op dat moment was ze echter al raadslid. De bocht was er dan ook één van een extreme 180° toen ze op het kantoor begonnen door te hebben dat ze een edelachtbaar depar-tementsraadlid hadden opgepikt.
Haar periode in de departementsraad waren ook moeilijk omdat de raad overheerst werd door de vertegenwoordigers van de traditionele partijen die de meeste projecten naar hun hand zetten. De campesinos hadden slechts 2 vertegenwoor-digers, waaronder zij als enige vrouw in de raad. Volgens haar was haar sterkte haar continu en direct contact met de plattelands-gemeen-schappen die ze vertegenwoordigde. Vanuit de basis kwam de steun die haar vooruit hielp. Het blijkt de rode lijn te zijn door haar loopbaan. Steeds werd ze voorgedragen door haar basis en bij belangrijke stappen in haar loopbaan zocht ze de steun van de campesino organisatie.
Opkomen voor de rechten voor de campesinos en indiginas (indianenbevolking) is dan ook haar drijfveer. Volgens Celima hebben zij, ondanks dat ze de meerderheid van de bevolking uitmaken, nog steeds een zeer beperkte economische en politieke macht; zeker op departementaal en nationaal niveau. Bovendien hebben ze totaal geen macht over de media. Ze worden dan ook nauwelijks gehoord. Ze verklaart de blokkades en marchas (marsen), die het land met de regelmaat in de ban houden, dan ook als als noodkreet in het land van de doven. Ze vertelt met vuur over de marsen op La Paz waaraan ze heeft deelgenomen; marsen van dertig dagen met vertrek vanuit de Chaparestreek in de tropen met zo’n 500 personen en met aankomst met enkele tienduizenden op de hoogvlakten van La Paz. Ze vertelt er wel bij dat de realiteit minder romatisch was als het klinkt. Slapen in schooltjes of onder de blote hemel. De maaltijden waren beperkt, en de marsen waren door regen en wind. Bovendien interveniëerde de politie continu. Op een avond werd ze met een hele groep andere vrouwen door de politie op een bus geladen. Ze werden om 2u ’s nachts zo’n 100 km verderop, zonder te weten waar, met het nodige politiegeweld gedropt. Het versterkte hun enkel meer om naar La Paz op te trekken.
Intussen werkt Celima Torrico als communicatie-specialiste in CIPCA Cochabamba, waar-schijnlijk tijdelijk, want in de helft van de ambtstermijn zal ze als volledig raadslid in de gemeenteraad van Cochabamba stappen. Intussen heeft ze zich wel ontpopt als mijn strijdmakker in het onder knie krijgen van het Quechua. Wat nog een hele strijd gaat worden.
Weetjes uit Bolivia: verkiezingen
Ik ga het deze keer maar over één onderwerp hebben, namelijk de komende presidents- en parlementsverkiezingen in Bolivia. Bovendien worden voor de eerste keer in de geschiedenis de departemantsprefecten rechtstreeks verko-zen; een eerste stap naar meer decentralisatie.
Ik neem de draad even terug op waar ik hem achtergelaten had in mijn vorige nieuwsbrief. In juni, na veel straatprotest en het opstappen van de voormalige president Mesa, was uiteindelijk de beslissing gevallen om algemene verkie-zingen te houden. Iedereen opgelucht, de rust keerde terug. Wie op een ongecompliceerde verkiezingsaanloop had gerekend, kwam bedrogen uit. Het Electoraal Hof gaf immers te kennen dat de departementale zetelverdeling zou worden aangepast aan de recentste volkstelling met als resultaat: 4 zetels bij voor Santa Cruz en verscheidene zetels minder voor de Andes-depar-tementen. Dit was de start van 4 maanden politieke discussie en onzekerheid, waarbij het parlement maar niet tot een beslissing kon komen. De verkiezingen zijn intussen uitgesteld van 4 december naar 18 december. Uiteindelijk heeft de president de knoop doorgehakt via een presidentieel decreet. Het parlement heeft dit echter niet aanvaard en 2 parlements-leden vechten het decreet aan. Het lijkt wel dat er steeds stokken in de wielen worden gestoken om blijvende instabiliteit te creeren.
De verkiezingen zijn dus nog steeds niet 100% zeker, maar laten we er vanuit gaan dat ze op 18 december plaatsvinden. De campagnes zijn intussen volop losgebarsten. Het is opvallend dat geen van de traditionele partijen, partijen die al decennia meegaan, ook maar een rol van betekenis spelen in deze verkiezingen. Ze hebben momenteel volledig afgedaan. Het vertrouwen in de politieke klasse is dan ook tot een minpunt gezakt. Dit neemt niet weg dat verscheidene figuren uit traditionele partijen zich hebben gehergroepeerd binnen nieuwe partijen.
Wie zijn de kanshebbers. Er zijn er drie:
1. het MAS (Movimiento al Socialismo) van Evo Morales, 2. Podemos (Poder Democrático Social) van Jorge Quiroga, beter bekend als Tuto, 3. UN (Unidad Nacional) van Samuel Doria Medina
De voorspellingen geven nu eens een voor-sprong voor Tuto aan, dan weer een koppositie voor Evo. Beide heren zitten rond de 25% in de peilingen. Samuel Medina hangt wat achter met zo’n 15%. Er loopt echter nog een grote massa onbesliste kiezers rond. De peilingen worden echter voornamelijk in de stedelijke gebieden gehouden. Het is juist in de rurale gebieden waar het kiespubliek van Evo Morales zich bevindt. De man en vrouw in de straat hebben er echter weinig hoop op dat de verkiezingsresultaten veel ten goede zullen veranderen in Bolivia. Als Evo wint, vreest men dat het economisch establish-ment en de VS hem het leven zuur zullen maken. Als Tuto wint en een neoliberale politiek voert, verwacht men dat de sociale bewegingen binnen de kortste keren het land opnieuw zullen blokkeren.
Het wordt dus afwachten of Bolivia zijn eerste president van inheems origine krijgt, óf dat het traditionele economische en politieke establish-ment zijn greep op de macht behoudt. In ieder geval moeten er eerst nog verkiezingen gehouden worden, en dat is ook nog geen vaststaand feit.
Dat was dan weer mijn 4de nieuwsbrief.
Veel groetjes, Tom.
NOTA:
Evo Morales, van Aymara origine en leider van de cocaboeren in de Chapare-regio, kan op zijn palmares schrijven dat hij sinds een tiental jaar met zijn partij MAS de rurale boeren- en indianenbevolking een stem heeft gegeven in het parlement. Zijn echte doorbraak kwam er tijdens de presidents-verkiezingen van 2002, toen hij verrassend als 2e uit de bus kwam. Hij voert een populistisch discour en is voorstander om de natuurlijke rijkdommen, zoals de olie- en gasreserves, onder staatscontrole te houden. Zijn kiespubliek situeert zich onder onder de armere bevolking, de rurale gemeen-schappen en de progressief-linkse middenklasse.
Tuto Quiroga, opgeleid in de VS, was in 1997, toen 37 jaar, de jongste Vice-president van Bolivia onder de voornamalige dictator Hugo Banzer. Bij Banzer’s overlijden in 2001 nam Tuto voor een korte periode het presidentieel roer over. Op het Wereld Economisch Forum in Davos, Zwitserland, mocht hij de World Leader of Tomorrow Award in ontvangst nemen. Hij is opgegroeid in één van de traditionele partijen en heeft voor de komende verkiezingen een nieuwe partij Podemos opgericht. Tuto volgt een neo-liberale discour (vrije handel, beperkte overheidsinmening, privatiseringen,...). Hij is de lieveling van de Amerikaanse ambassade en de buitenlandse multinationals. Zijn kiespubliek is de centrum-rechtse midden- en hogere klasse.
Samuel Doria Medina, cement-magnaat en eigenaar van Burger King Restaurants, heeft zijn faam voornamelijk verworven toen hij een ontvoering van 45 dagen overleefde door een extreem-linkse groepering. Hij begon als kabinets-medewerker van de traditionele partij MIR, waar hij mee de privatiseringen verde-digde, en is nu partijleider van UN. Hij situeert zichzelf in het centro popular. Zijn programma leunt nochtans dicht aan bij het programma van Tuto, doch tracht het neo-liberale label van hem af te schudden door zich meer te richten naar de kleine ondernemingen. Hij zoekt zijn kiespubliek bij de bevolking die bang zijn voor het links van Evo en het rechts van Tuto.
|